In 2007 heeft een groep innovatoren binnen de toenmalige Kopgroep een set spelregels ontwikkeld voor het programmaren van voorzieningen. Zij hebben zich vragen gesteld als: Kan de gemeente nog effectief sturen met instrumenten als eindbeelden, planning en inspraak; is de huidige planningspraktijk nog wel effectief?

 

1. Sociaal boven fysiek
Onze stedelijke omgeving is vooral het territorium van fysieke partijen; nog steeds wordt stedelijke ontwikkeling primair geassocieerd met ruimtelijke of fysieke ontwikkeling. Op z'n best zijn sociaal en fysiek 'in evenwicht'. De stad is echter op de eerste plaats een stad van mensen. Dat is een stad om te wonen en te werken, maar ook een stad voor ontmoeting, ontplooiing en ontspanning. Het Nieuwe Programmeren staat voor een praktijk die laatstgenoemde functies strategisch wil inzetten als katalysator van stedelijke vernieuwing. 

 

2. Kansen boven knelpunten
Onze stedelijke omgeving bestaat in overgrote mate uit datgene wat er nu reeds is of nu reeds in ontwikkeling is. We kunnen niet met een schone lei beginnen. Dit veronderstelt een werkwijze waarin het bestaande niet een obstakel is voor het nieuwe, iets dat met tegenzin ingepast moet worden, maar een praktijk waarin het bestaande juist de bron is voor het nieuwe. Daarom wil het Nieuwe Programmeren niet de knelpunten maar juist de kansen van een gebied als mentaal vertrekpunt kiezen, een benadering die voortbouwt op bestaande waarden, beschikbaar talent en reeds genomen initiatieven.

 

3. Identiteit boven uniformiteit
Onze stedelijke omgeving dient individuele maar ook algemene belangen. Op grond van het algemene belang beschikt de overheid daarom over regelgeving en andere instrumenten waarmee dit belang verdedigd kan worden. De zorg voor het algemeen belang en de neiging om daar iedereen over mee te laten praten, resulteert echter in gebieden die weliswaar voor iedereen bedoeld zijn maar waarmee slechts weinigen zich kunnen identificeren (denk aan Vinex). Het Nieuwe Programmeren staat voor een praktijk die gericht is op het creëren van attractieve verschillen en identiteit; geen planningspraktijk waar procedures, reflexen en andere mechanismen juist ieder verschil nivelleren.

 

4. Activeren boven beheersen
Onze stedelijke omgeving wordt gebruikt, gebouwd, geëxploiteerd en beheerd door doorgaans private personen en partijen. Toch koesteren we in Nederland de illusie dat het de overheid is die onze steden en dorpen maakt met andere partijen als uitvoerders van gemeentelijk beleid. Hiermee miskennen we de autonome kracht van personen en partijen om, alleen of samen, delen van de stad naar eigen inzichten te organiseren. Het Nieuwe Programmeren staat voor een praktijk die de aanwezige krachten niet wil beheersen door middel van (soms obsessieve) planning en control, maar juist wil opsporen en activeren.

 

5. Waardecreatie boven budgetdenken
Onze stedelijke omgeving is het speelveld van doorgaans gescheiden exploitatieregimes. Denk aan grondexploitatie, vastgoedexploitatie, beheer openbare ruimte, exploitatie maatschappelijke voorzieningen, enzovoort. Deze fragmentatie betekent dat de meerwaarde van investeringen voor andere regimes niet verzilverd kan worden. Met 'potjes' kunnen weliswaar gaten gedicht worden, maar wordt onwillekeurig het budgetdenken bevorderd: wat iets kost wordt belangrijker dan wat iets opbrengt. Het Nieuwe Programmeren staat voor een aanpak waarbij de waardecreatie van het gehele gebied centraal staat, een aanpak geïnspireerd door een samenhangende een duurzame gebiedexploitatie 

 

6. Arena boven polder
In het stedelijk domein opereren vele actoren met uiteenlopende en soms tegengestelde belangen. Het sesamstraat adagium van samenwerken - welke ouder of kind is er niet mee opgegroeid - verleidt ons keer op keer tot oeverloos overleg met alle belanghebbenden Daardoor neigen we voortdurend naar oplossingen die kool en geit sparen. Middelmaat is resultaat. Het Nieuwe Programmeren neemt tegengestelde belangen niet alleen als uitgangspunt maar ook als bron van energie en strijdlust. De arena, mits goed ingericht, haalt het beste in mensen boven. Net als competitie is samenwerking een middel om het beste te presteren, geen doel.

 

7. Trots boven tevredenheid
Wat opvalt aan begrippen als leefbaarheid, veiligheid en toegankelijkheid is het lage ambitieniveau ervan. Leefbaarheidmonitoren en ander instrumenten leiden onze aandacht steeds naar datgene wat tekortschiet, nooit naar wat excelleert, wat van betekenis is of wat mensen boeit. Geen wonder dat hondenpoep dan een issue van betekenis wordt. Tevredenheid is de maatstaf, een zesje is de maat. Het Nieuwe Programmeren staat voor een aanpak die niet tevredenheid maar trots op de eerste plaats zet. Trots op de buurt, trots op de stad.

 

8. Vertellen boven tellen
Natuurlijk speelt geld een belangrijke rol in de stedelijke vernieuwing. Toch zijn het niet de budgetberekeningen en de haalbaarheidsonderzoeken die mensen in beweging krijgen. Saint-Exupery hield het ons al voor. 'Wanneer je een schip wilt bouwen, breng dan geen mensen bij elkaar om het hout te slepen, het werk voor te bereiden en de taken te verdelen. Maar leer mensen te verlangen naar de eindeloze zee.' De kern van het Nieuwe Programmeren is het vertellen van beeldende verhalen, inspirerende verhalen. Dat tellen komt later wel.

 

9. Eigen-wijs boven meezingen
Standaardoplossingen bestaan niet meer. Jammer maar helaas. Elke situatie is weer anders. De behoefte aan ontmoeting kan in wijk A. tot een functioneel wijkcentrum leiden, terwijl in wijk B. een mooi plein uit de bus komt. Die verscheidenheid ontstaat niet als iedereen elkaar klakkeloos kopieert. 'Hij een brede school, dan ik ook een brede school'. Het Nieuwe Programmeren vraagt professionals met een zekere eigenheid, met een passie of een droom, niet bang om zelf iets te verzinnen. Deze professionals  zingen niet mee met de massa, maar kiezen hun eigen wijs. Te beginnen met deze spelregels: neem ze niet kritiekloos over maar pas ze aan en regel ze in voor het spel dat je lokaal wilt spelen.

 

Deze spelregels zijn in 2007 samengesteld door Mark Verhijde (gemeente Enschede), Luc Meuwese (gemeente Den Haag), Roland Kluskens (gemeente Arnhem), Hans van den Oord (gemeente Eindhoven), Ron Sint Nicolaas (gemeente Deventer), Theo van Wijk (de Wijkplaats) en Marc van Leent (de Wijkplaats).